China zoekt afleiding met ‘luchtverdedigingszone’

Wat is er in de Chinese leiders gevaren dat ze nu eens niet alleen Japan voor het hoofd denken te moeten stoten, maar tegelijk ook de Verenigde Staten, Zuid-Korea en alle landen rondom de Zuid-Chinese Zee? Het kan niet anders dan een klassieke afleidingstactiek zijn.

Met de instelling van de ‘Air Defense Identification Zone’ afgelopen zaterdag moeten alle vliegtuigen die door het luchtruim tussen grofweg Taiwan en Zuid-Korea willen vliegen door China opgelegde regels volgen. Er moet een vluchtplan meegedeeld worden en radiocommunicatie tot stand gebracht worden met de Chinese autoriteiten. Daarnaast moeten de toestellen zich ‘tijdig en accuraat’  identificeren. Doen ze dat niet, dan zal de Chinese luchtmacht ‘defensieve noodmaatregelen’ nemen.

Image

Een provocatie van de bovenste orde, nog afgezien van het feit dat het internationale recht geen juridische basis kent voor deze ‘luchtverdedigingszone’. De reactie was dan ook voorspelbaar. ‘Hier gaan wij ons niet aan houden’, zeiden Tokio en Washington. ‘Dit is een wijziging van de status quo in de regio en dat kunnen we niet laten gebeuren.’ De Amerikaanse defensieminister Chuck Hagel liet onmiddellijk onbewapende B52-bommenwerpers door de zone vliegen. Een dag later reageerde Peking door zelf gevechtsvliegtuigen op te laten stijgen.

Japanse recessie

Sommige politieke analisten spreken al van een Aziatische Koude Oorlog. Tussen China en Japan is die al welhaast een feit, zeker sinds de clash eind vorig jaar om de Senkaku-eilanden, de archipel die China Diaoyu noemt en die in de ogen van Peking Chinees grondgebied is. Uit woede om de nationalisatie van enkele van die eilandjes door de Japanse regering werden Japanse restaurants, auto’s en fabrieken in tal van Chinese steden aangevallen. Er werd toen zo veel economische schade aangericht dat de Japanse economie in een recessie weggleed.

Voor Japan was het dan ook onmiddellijk duidelijk dat het instellen van de luchtverdedigingszone een nieuwe ronde is in de saga rond de eilanden, of nog erger het begin van het gevecht om Okinawa dat volgens veel Chinezen ook Chinees is. Maar de zone strekt zich ook uit over Jeju, een eiland iets ten zuiden van Zuid-Korea. Seoul, dat redelijk goede banden heeft met Peking, concludeerde direct dat China ook Koreaans grondgebied gaat opeisen.

De landen rondom de Zuid-Chinese Zee – Vietnam, Maleisië, Indonesië en de Filippijnen – hebben ook territoriale conflicten met China. Voor hen werd duidelijk dat China zijn claims niet zal opgeven en vermoedelijk spoedig zelf met een luchtverdedigingszone te maken krijgen.

Genant hulpaanbod

Peking jaagt dus in één keer een flink aantal landen tegen zich in het harnas en dat slechts enkele dagen na de ophef die er in de regio was ontstaan rond de hulp die China bereid was te bieden aan het door tyfoon Haiyan verwoeste kustgebied van de Filippijnen. Peking vond $100.000 aan hulp wel genoeg. De verontwaardiging over dat schijntje was zo groot dat Peking het bedrag verhoogde tot $1,6 mln.

De vraag is alleen wat heeft China hierbij te winnen? Juist nu het land rigoureus gaat hervormen om de economie op een andere leest te schoeien is een goede relatie met de buren belangrijk. China heeft Japanse (en ook westerse) kennis en kapitaal nodig om een op consumptie gebaseerde economie op te tuigen. En ook goede afzetmarkten in de regio om het proces zonder al te veel schokken door komen.

Maar kennelijk redeneren de Chinese leiders juist andersom. De hervormingen zullen zo ingrijpend zijn – de financiële sector wordt opgeschud, de landbouw en de staatsbedrijven gesaneerd en de corruptie en milieuvervuiling aangepakt – dat ze allerlei gevestigde belangen zullen schaden. Om het verzet dat onvermijdelijk zal ontstaan, de kop in te drukken, moet er afleiding gevonden worden. Niets werkt dan beter dan een buitenlandse zondebok; niets verenigt het land zo goed als een bedreiging van buiten.

P.S. Klik hier voor een prachtige inleiding van de denktank Council on Foreign Relations in de maritieme disputen in Oost- en Zuid-Oost-Azie

Europa doet het niet zo slecht

Als je sommige media, analisten en zelfs hoogleraren mag geloven deugt er helemaal niks van Europa. De beleidsmakers doen er hier werkelijk alles aan om de regio alsmaar dieper in de put te duwen, simpelweg omdat ze ‘er niets van begrijpen’. Ze zijn maar bezig met bezuinigen, hervormen en integreren, terwijl de effectieve vraag wegvalt, deflatie de kop opsteekt en het volk in opstand komt.

Daarom is het aardig om eens samen met Holger Schmieding, hoofdeconoom van Berenberg Bank, te kijken in hoeverre Europa afwijkt van de Verenigde Staten. Ja, zegt hij in zijn laatste ‘Macro View’, de aanpak van de Europese beleidsmakers is sub-optimaal. Maar zo gaat dat in het leven. Nee, dan de VS:

‘The making of US fiscal policy, replete with a government shutdown, a near-rendezvous with default and some teetering on the edge of a “fiscal cliff”, has not always been admirably smooth either in the last five years.’

Schmieding kan het niet laten om vervolgens te zeggen dat Amerikaanse beleidsmakers hun subprime-crisis zo hebben aangepakt – door in 2008 Lehman te laten omvallen – dat de hele westerse wereld de grootste neergang in tachtig jaar heeft moeten meemaken. De Europese schuldencrisis die in 2011 begon bleef daarentegen slechts beperkt tot een milde recessie die weinig repercussies had voorbij de grenzen van Europa.

Ja, sinds de beginjaren van de eurozone is de Amerikaanse economie per hoofd van de bevolking met 17,2% gegroeid en bleef de groei hier beperkt tot 12,6%. Maar als je corrigeert voor de wijze waarop de Amerikanen R&D-investeringen boekstaven dan wordt het verschil met 2 procentpunt beperkt.

Voor die hogere groei betalen de VS wel een prijs, namelijk in de vorm van een hogere staatsschuld. Die is er sinds eind 1998 met 45 procentpunt opgelopen. Dat is twee keer zo veel als de 22,6 in de eurozone. En een hogere staatsschuld betekent natuurlijk dat de toekomstige belastingen hoger zullen zijn.

Inflatie en werkloosheid

Ondertussen is de geldontwaarding hier geringer dan in de VS. De inflatie is sinds eind 1998 cumulatief 42,2% groot in de VS, gemiddeld 2,4% per jaar. In de eurozone is dat respectievelijk 35,0% en 2,0%.

Tenslotte is er de werkgelegenheid. Aan de overzijde van de Atlantische Oceaan zit 7,2% van de beroepsbevolking werkloos thuis, tegen 12,2% in de eurozone. Maar dat zegt minder dan het lijkt.

Eerder schreef ik al dat de Amerikaanse werkloosheid nu officieel op het laagste niveau sinds eind 2008 zit. Dat is evenwel vooral het gevolg van de miljoenen mensen die zich gedesillusioneerd bij de arbeidsbureaus hebben laten uitschrijven. Daarvoor gecorrigeerd zou de officiële werkloosheid nu niet 7,2% maar 9,3% bedragen. En uitgaande van de participatiegraad van het jaar 2000, zou ze zelfs op 12,5% staan.

In Europa is precies het tegenovergestelde aan de hand. Tussen 2000 en 2008 hebben miljoenen vrouwen en migranten zich op de arbeidsmarkt gemeld. Daardoor is de daling van de werkloosheid in de eurozone in die economisch goede jaren beperkt geweest: van 9% naar 7,5%. Zou de participatie evenwel op het niveau van 2000 zijn gebleven, dan was de werkloosheid in die jaren gedaald tot 2,5%.

Sinds de crisis uitbrak, hebben zich nog eens miljoenen Europeanen op de arbeidsmarkt gemeld. De helft van de Europese werkloosheidsstijging, dus van 7,5% in 2008 tot ruim 12% nu, is daaraan te wijten. Zou Europa zijn werkloosheid echter baseren op de participatiegraad van 2000 dan zou die nu slechts 6% bedragen.

Schmieding schrijft het iets anders op. Sinds het begin van de euro zijn er in de muntunie 12,2 miljoen banen gecreëerd, tegen 11,0 miljoen in de VS. Zo beroerd gaat het dus ook weer niet.

Afbeelding

Banken maken schoon schip

Volgens ECB-woordvoerder William Lelieveldt moet je er echt even voor gaan zitten, voor de presentatie van de Financial Stability Review die vice-president Vítor Constâncio van de ECB vandaag heeft gehouden.

Luister in ieder geval tussen 10:40 en ongeveer 15:00, twitterde Lelieveldt. In dat stuk zegt Constâncio dat de Europese banken hun kapitaalbuffers sterker hebben vergroot dan Amerikaanse banken en dat ze flinke vooruitgang boeken met het opschonen van hun balansen. Ze hebben al voor euro 3300 mrd gedeleveraged, 9% van hun assets.

Het financiële systeem in de eurozone is sterker dan twee jaar geleden toen de eurocrisis heviger werd, is de conclusie van de ECB.

‘Systematische stress in de bankensector is aanzienlijk afgenomen.’ Wel erkent Frankfurt dat de vooruitzichten voor de bancaire winstgevendheid zwakzijn. Dit komt deels omdat het herstructureren van de sector nog niet is afgerond. Daarnaast speelt ook een rol dat banken meer voorzieningen nemen voor slechte leningen.

Economisch zwaartepunt

Soms komt plots de geograaf in mij boven. Bijvoorbeeld als Lucas Daalder, portfoliomanager bij Robeco, in zijn dagelijkse ‘Best of the Web’ (#botw) op Twitter dit soort kaartjes presenteert:

Image

Het is een kaartje dat door McKinsey is gefabriceerd op basis van een driedimensionale weergave van het bbp in de wereld. Het is duidelijk dat Europa en de Verenigde Staten economisch de kar hebben getrokken in de 20ste eeuw en geleidelijk die rol teruggeven aan Azië. McKinsey rekent er kennelijk op dat het Verre Oosten weer het centrum van de wereld wordt, net zoals in de middeleeuwen. Persoonlijk zie ik dat niet zo een, twee, drie gebeuren. Ik vermoed dat de lijn eerst naar het zuiden en vervolgens (over een decennium) weer naar het westen afbuigt. Maar goed, ik ben dan ook een onverbeterlijke Europeaan.

We keren echt wel weer terug op het hoge groeipad

Ik weet het: resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.  Desalniettemin is de grafiek waarop de economische groei in de VS sinds 1870 op logaritmische wijze is weergegeven een van mijn favoriete. Uit de grafiek blijkt namelijk dat er geen enkele reden is om aan te nemen dat er grenzen zijn aan de groei.

Ook Joshua McCallum en Gianluca Moretti, economen bij UBS, denken er zo over. Hun klanten gaven aan bezorgd te zijn over de terugval van de trendmatige groei in de westerse wereld, een ontwikkeling die al sinds het begin van de jaren 80 gaande is en die sinds de kredietcrisis uitbrak verergerd is. En dus kwamen McCallum en Moretti gisteren met de beroemde logaritmische grafiek op de proppen:

Afbeelding

Wat zien we hier? Wel, het groeitempo in de VS sinds 1870 – logaritmisch om rekening te houden met de exponentiële groei op groei. Het is een bijna perfect constante lijn. 

Toen Insead-professor Ilian Mihov mij de grafiek enkele jaren geleden al liet zien, vertelde hij dat als je uitgaat van het bruto binnenlands product van 1870 en daar het langjarige groeitempo  van 3,25% per jaar op los laat, je het huidige daadwerkelijke bbp op enkele tientallen dollars benadert. En, zo zei hij, als je de berekening voor de West-Europese landen herhaalt, dan zie je nagenoeg hetzelfde.

McCallum en Moretti schrijven:

‘There is one very notable decade-long divergence from that trend caused by the Great Depression from 1929, and it is quickly clear why it was labelled ‘great’. In comparison, the recent deviation is barely visible.’

Wat je ziet is dat de groei voortdurend terugkeert naar de onderliggende trend. Die trend weerspiegelt ons basisvermogen om te produceren en wordt voortgestuwd door kennis en nieuwe ideeën. Er is een relatief constante reeks grote en kleinere innovaties die de groei op peil houden. Zo nu en dan zitten we er onder (soms zelfs ruim en lang zoals tijdens de Grote Depressie), maar er zijn ook perioden waarin we de basistrend ontstijgen, zoals tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Die trend bestaat al zo lang. Waarom zou die nu ineens niet meer bestaan?

‘If the Great Depression was not enough to knock trend growth off track, it is hard to see how our recent so-called “Great Recession” should be able to change things forever.’

Toptweet

Niemand minder dan Herman Betten, oprichter en hoofdredacteur van Betten Beursmedia News (ooit de grote tegenstrever van de nieuwsdienst van het FD) en tegenwoordig communicatieman bij DSM, twitterde gisteren:

“Kunnen alle financieel journalisten en beurscommentatoren dit even lezen?”

29 Dumb Things Finance People Say – Business Insider.

‘My job requires reading a lot of financial news. It’s one of my favorite parts. But it gives me a front-row seat to the downside of financial journalism: gibberish, nonsense, garbage, and drivel. And let me tell you, there’s a lot of it.’

Heerlijk…

(Lees dan meteen even de laatste bijdrage van Lord Skidelsky op Project Syndicate: The Four Fallacies of the Second Great Depression. En dan ook maar mijn interview met de man.)

‘In Europa is iets moois aan de gang’

Iemand die progressief in het leven staat, doet er goed aan conservatieve commentaren te lezen en andersom. Daar scherp je immers je geest mee aan. Als het gaat om de economie geldt vermoedelijk hetzelfde. Bij mij is het glas doorgaans eerder halfvol dan halfleeg. Ik zou dan ook vooral de inzichten van de pessimisten in de wereld tot me moeten nemen.

Maar het lukt me steeds minder goed. De waarschuwingen van Nouriel Roubini, Marc Faber, Jeremy Grantham of Albert Edwards, die ken ik nu wel. Veel liever laaf ik me aan mensen als Han de Jong van ABN Amro of Erik Nielsen van UniCredit. Die bekijken de wereld in toenemende mate door een roze bril. Maar wat geeft het? We laten langzaam maar zeker de crisis achter ons en dat mag toch echt wel gezegd worden.

Han de Jong was in ieder geval weer goed op dreef in zijn laatste wekelijkse commentaar. Vooral het eerste tussenkopje in zijn stuk spreekt aan. ‘In Europa is iets moois aan de gang’, schrijft de econoom.

De macrocijfers die de laatste tijd naar buiten komen zijn uiteenlopend, maar hoopgevend, stelt De Jong. En dan gaat hij los. De voorlopende indicatoren Ifo, PMI, ZEW (voor zowel Duitsland als die voor de eurozone) wijzen allemaal op groei. Verder nemen de Britse  en Italiaanse industriële orderontvangsten stevig toe en ook de kentekenregistraties in de EU. Er is sprake van een groeispurt in de VS en een flinke toename van de im- en export van Japan, wat dus duidt op een aantrekkende wereldhandel.

En in Nederland? In Nederland loopt ineens het consumentenvertrouwen stevig op.

‘Het is niet helemaal duidelijk waar deze sterke toename opeens vandaan komt. Het zou een eenmalige uitschieter kunnen zijn die snel weer gecorrigeerd wordt, maar omdat ook andere cijfers opeens veel beter uitpakken, mogen we hopen dat er in de Europese economie inderdaad iets moois aan de gang is.’

Dan Nielsen. Die wijst er vooral op dat er risico’s zijn voor de nog weinig spectaculaire groeivooruitzichten. Let wel: die risico’s liggen aan de bovenkant.  De economengemeenschap heeft er altijd een handje van om de kracht van recessie te onderschatten als die zich eenmaal beginnen af te tekenen, maar omgekeerd geldt dat ook voor het herstel. Nielsen:

‘…as a community, we economists always tend to underestimate the power of recoveries once they get under way… Will this really be the first time we all broadly get it right, or that we all are too optimistic in spite of forecasting a slower-than-normal recovery? I’m wondering.’