China kan verstrikt raken in ‘middle-income trap’

De torenhoge schuldenlast zet Peking voor het blok: een financiële crisis riskeren of minder groei accepteren. In dat laatste geval is de kans groot dat het land het gat met de rijke landen nimmer zal dichten.

Stop onmiddellijk met het afgeven van die hoge groeidoelstelling, Peking. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) was onlangs kraakhelder. Als China blijft sturen op snelle groei, is de kans groot dat het land met een financiële crisis te maken krijgt.

Chinese schuldenberg van Carlo en IIF

Vooral op lokaal niveau dwingt de doelstelling beleidsmakers om de kredietmolen steeds harder te laten draaien. Banken krijgen de opdracht om bijna ongebreideld krediet te verstrekken. Ook aan projecten met wel heel magere winstvooruitzichten. Lange tijd heeft het beleid geweldig gewerkt, maar inmiddels is het land door al die schuld ronduit wankel geworden.

Schuldenhausse

Een blik op de grafiek waarin de Chinese private schuldenlast wordt vergeleken met beroemde eerdere gevallen die faliekant mis zijn gegaan, laat zien hoe snel het er gaat. Het gevaarlijke is, zo benadrukt ook het IMF, is dat een flink deel van de schuldenhausse verschoven is naar de ondoorzichtige en slecht gereguleerde schaduwbanksector.

Daar worden leningen aan bedrijven die niet of nauwelijks aan hun renteverplichtingen kunnen voldoen, gebruikt als onderpand voor weer andere leningen aan partijen die het zich veelal moeilijk kunnen veroorloven. En op basis van het onderpand op die lening wordt er vaak nog een lening verstrekt. Al die hefbomen maken het Chinese financiële systeem uiterst complex, stelt het IMF. Je kunt het ook een kaartenhuis noemen.

Aan Peking de keuze

De schuldenopbouw is hand-in-hand gegaan met een daling van de productiviteitsgroei. Er is met andere woorden steeds meer schuld nodig om groei te creëren. Aan Peking dus de keuze: nog meer schuld aangaan om de groei op peil te houden, met het risico van een financiële crisis, of accepteren dat de bomen niet meer tot in de hemel groeien en op een lager groeiniveau de rotzooi opruimen. Overigens vermoed ik dat een financiële crisis een gegarandeerde route is naar lage groei of stagnatie. Japan heeft dat na 1990 wel laten zien.

Het lijkt erop dat de Chinese president Xi Jinping voorsorteert op lagere groei. In een ‘werkrapport’ zou hij hebben gesteld dat China in 2050 ‘een grote, moderne socialistische maatschappij’ moet zijn. Tot 2020 ligt er nog een groeidoel van minstens 6,5% per jaar, maar voor de jaren daarna ontbreekt die.

‘Middle-income trap’

Volgens Tom Holland, een in Hongkong gevestigde publicist, is dat een kardinale fout. In een bijdrage aan de South China Morning Post schreef hij dat juist het loslaten van de doelstelling het land in de ‘middle-income trap’ duwt. Daarmee wordt het fenomeen bedoeld waarbij de inkomens dusdanig stijgen, dat een land enerzijds niet meer concurrerend is met andere lagelonenlanden, maar anderzijds nog niet het vernuft heeft om echt mee te doen met de hoogontwikkelde economieën. De economische ontwikkeling stagneert en het land raakt vast op een plateau.

Holland, die kennelijk weinig angst heeft voor een omvallend financieel kaartenhuis, stelt dat de groeidoelstelling cruciaal was voor de ontwikkeling van China. Op lokaal niveau mondde die doelstelling uit in productiedoelen waar elke ondernemer mee te maken had. ‘Door te verklaren dat groei het doel was — zonder precies te zeggen hoe die precies bereikt moet worden — wist de centrale overheid een ondernemende, competitieve cultuur te creëren. Zonder de beperkingen die vroeger door centrale planners werden opgelegd, konden lokale overheden creatief worden en zo de groeitargets realiseren.’ Die creativiteit gooi je te grabbel als je de doelstelling verandert in ‘een beter leven’, met targets voor luchtkwaliteit en armoedeverlichting.

 

Sinds 2000 is China erin geslaagd het bbp per capita (gemeten volgens de koopkrachtmethode) te vervijfvoudigen tot ongeveer $16.000, waarmee het land van laag- naar middeninkomenstatus is gestegen. Maar zonder de ondernemende geest wordt het volgens Holland moeilijk om de volgende stap te zetten. China zal dan net als Mexico en Brazilië op het middenplateau blijven hangen.

Hoe moeilijk het is om door te groeien blijkt uit gegevens van de Wereldbank. Van de 101 landen die in 1960 door die organisatie waren geclassificeerd als middeninkomen, wisten er in vijftig jaar tijd slechts dertien de hoge inkomensstatus te bereiken.

‘Princelings’

 

Li Xiaolin is een typisch voorbeeld van een ‘princeling’. Ze is vicevoorzitter van energiebedrijf China Datang Corp en de dochter van voormalig premier Li Peng.
Li Xiaolin is een typisch voorbeeld van een ‘princeling’. Ze is vicevoorzitter van energiebedrijf China Datang Corp en de dochter van voormalig premier Li Peng.Foto: Ke Wei/Imaginechina

Onlangs sprak ik Andrew Milligan,hoofd beleggingsstrategie bij Aberdeen Standard Investments. Hij stelde zichzelf toen een interessante vraag. Stel eens dat de groei in China inderdaad inzakt tot een heel laag niveau, hoe erg zou dat zijn voor de partij? Hij gaf daarbij aan dat de ‘princelings’, de kinderen van politieke leiders of topmensen van grote staatsondernemingen in China, al erg rijk zijn en zeer tevreden met hun leven. Voor hen is een hoog groeitempo geen prioriteit. Stabiliteit is cruciaal en dat laat zich slecht rijmen met een grote (financiële) crisis. Zij zullen zich in ieder geval niet druk maken over een ‘middle income trap’.

De ervaring leert dat landen slechts aan de val kunnen ontsnappen als ze fors investeren in ICT, in human capital, in flexibeler arbeidsmarkten en in betere bescherming van eigendomsrechten, en als ze bewegen van imitatie naar innovatie.

‘Top of the bill’

China-expert Scott Kennedy van het Center for Strategic and International Studies in Washington stelde eerder dit jaar tegen onze correspondent in Peking Sjoerd den Daas dat China niet over de kennis en technologie beschikt die het nodig heeft om de ‘middle-income trap’ te voorkomen. Milligan gaf echter aan dat China een beleid voert om in 25 industrieën ‘top of the bill’ te worden. Met bijvoorbeeld smartphonemaker Huawei nestelen ze zich al aardig naast Apple en Samsung. De vraag is wanneer ze het marktleiderschap van Boeing en Airbus overnemen.

Dat laatste klinkt goed, maar de vraag is natuurlijk of al die speerpunten de gehele bevolking verheffen, of alleen een lucratief speeltje blijven voor de bestaande elite.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s