‘Europa heeft zeker 200 miljoen immigranten nodig’

Advertenties

De Arabische wereld kan zichzelf niet voeden. En dat raakt ons allemaal

Reken maar op miljoenen migranten naar Europa

Lees verder

De opkomende markten blues

Helemaal aan het einde van zijn laatste bijdrage aan Project Syndicate maakt Harvard-hoogleraar Kenneth Rogoff duidelijk waar je op moet letten. De munten van opkomende landen kunnen fors inzakken en de aandelenmarkt ook, maar pas als de onrust overslaat op de obligatiemarkten is het menens, dan blijkt ‘How Fragile Emerging Markets Really Are’.

De laatste dagen lijkt de rust wat wedergekeerd – even afgezien van de forse devaluatie van de Kazachse tenge vanmorgen – en meteen zie je allerlei figuren opstaan die zeggen dat de markt ‘oversold’ is: Lloyd Blankfein van Goldman Sachs bijvoorbeeld, en de strategen van Aberdeen of Pictet.

Correctie?

Misschien hebben ze gelijk en hebben we in de afgelopen weken slechts een gezonde correctie gezien. Misschien beginnen beleggers zelfs al onderscheid te maken tussen de verschillende opkomende landen. Maar de turbulentie in de markt heeft wel een vergrootglas op de groeilanden gezet en duidelijk gemaakt dat er veel mis is. Dus lijkt het me voorlopig verstandig om de waarschuwing van Rogoff ter harte te nemen en nauwgezet de obligatiemarkt in de gaten te houden.

Rogoff stelt dat het grote verschil met de ‘opkomende’ crises van de jaren negentig is dat de meeste opkomende landen nu redelijk flexibele wisselkoersen hebben. Dit zorgt ervoor dat een waardedaling van de munt een goede ‘schokdemper’ is, en dat geldt ook wel voor een aandelencorrectie. Bij elkaar dwingen ze beleidsmakers en bedrijfsmanagers om orde op zaken te stellen en bovendien geven de dempers een impuls aan de uitvoer. Een forse daling van de obligatiemarkten is echter een ander verhaal. Die dwingt schuldenaren om keihard te bezuinigen, waardoor de economie in een neerwaartse spiraal kan komen.

Verbaasd over de verbaasdheid

Voor Rogoff is er nog een kans dat de opkomende landen uit het dal klimmen, mits de politici maar verstandige stappen zetten. Dani Rodrik, verbonden aan Princeton, heeft de hoop evenwel al nagenoeg opgegeven. Híj schrijft op Project Syndicate:

‘Now the emerging-market blues are back…Everywhere one looks, it seems, there are deep-seated problems. Argentina and Venezuela have run out of heterodox policy tricks. Brazil and India need new growth models. Turkey and Thailand are mired in political crises that reflect long-simmering domestic conflicts. In Africa, concern is mounting about the lack of structural change and industrialization. And the main question concerning China is whether its economic slowdown will take the form of a soft or hard landing.’

Hij verbaast zich er vooral over waarom iedereen verbaasd is dat de opkomende landen toch zomaar hun glans hebben verloren.

‘This is not the first time that developing countries have been hit hard by abrupt mood swings in global financial markets. The surprise is that we are surprised.’

De schokdempers van Rogoff werken helemaal niet, benadrukt Rodrik. Snelle depreciaties zijn bovenal een nachtmerrie voor centrale bankiers, omdat ze grote inflatoire consequenties hebben en die vergen pijnlijke economische aanpassingen. Omgekeerd zijn flinke waardestijgingen van munten ook lastig te managen, omdat ze een grote wissel trekken op de concurrentiepositie.

Wat dat betreft heeft het aanzetten van de geldpers door de Fed de opkomende landen veel pijn gedaan en doet het uitzetten dat nu ook weer. (Anderzijds heeft die geldpers ook de vraag in de VS op peil gehouden en daar hebben de opkomende landen weer van geprofiteerd).

Speculatieve stromen

Rodrik stelt verder dat de enorme kapitaalstromen naar de opkomende landen niet alleen gunstig zijn geweest. De stromen hebben niet echt bijgedragen in de verbetering van de economische structuur. Ze hebben daarentegen vooral de consumptie aangedreven en voor zeepbellen op de vastgoedmarkten gezorgd. Het aandeel van het speculatieve kapitaal, dat ook zo weer kan worden weggetrokken, is groter geweest dan alom wordt toegegeven.

Daar komt bij dat mondiale beleidscoördinatie in tijden van onrust weinig voorstelt. Kijk maar naar de Fed, zegt Rodrik. Die heeft met alles wat ze doet slechts het belang van de VS voor ogen.

Tijdelijk

Een ander punt is dat de opkomende landen vooral geluk hebben gehad en niet zozeer door een geweldig macro-economisch beleid zo succesvol zijn geworden. Ze profiteerden vaak van hoge grondstofprijzen, lage rentes en de grote beschikbaarheid van kapitaal. Maar deze kunnen tijdelijk blijken te zijn.

Volgens Rodrik is de mate van ongelijkheid in de verschillende opkomende landen flink toegenomen, is de beleidsruimte van politici kleiner geworden en zijn de verwachtingen juist gegroeid. De kans groepen teleur te stellen is groot.

Dat laatste is ook een zorg van Rogoff. Die vreest voor ‘policy and political backsliding’. Zo staat de onafhankelijkheid van de Braziliaanse centrale bank ter discussie, net als de democratische instituties in Turkije, terwijl die in Rusland niet eens lijken te kunnen worden opgetuigd. Dat zet een rem op het ondernemerschap en weerhoudt de economie ervan te diversifiëren.

Maar, zo zegt Rogoff, in landen als Mexico, Chili en Peru worden die instituties wel opgebouwd. En in India lijken ze zelfs te versterken. Uiteindelijk betaalt zich dat uit.

Afrika gaat digitaal

Naar aanleiding van een door advocatenkantoor Linklaters georganiseerd seminar over Afrika (en het doorploegen van ontelbare rapporten over het continent) heb ik vandaag een zogeheten themapagina in het Financieele Dagblad volgeschreven over het continent (zie hieronder). Het bleek dat mijn beeld van Afrika niet overeen kwam met wat er daadwerkelijk gaande is. Natuurlijk is er nog een hoop ellende, maar er is ontegenzeggelijk geweldig veel vooruitgang in nagenoeg alle Afrikaanse landen. Het beeld van een door burgeroorlogen verscheurd werelddeel vol honger, epidemieën en miljoenen aidswezen klopt van geen kant meer.

De inkt was nog niet droog of ik ontving een mailtje van McKinsey met een link naar hun laatste rapport ‘Lions go digital: The Internet’s transformative potential in Africa’. Een prachtige studie die de progressie goed illustreert. 

‘Following a decade of rapid urbanization and strong economic growth, Africa is going digital. While just 16 percent of the continent’s one billion people are online, that picture is changing rapidly as mobile networks are built out and the cost of Internet-capable devices continues to fall.1 More than 720 million Africans have mobile phones, some 167 million already use the Internet, and 52 million are on Facebook.’

Nu nog is de bijdrage van het internet aan het Afrikaanse bbp met 1,1% erg laag, stelt McKinsey, net iets meer dan de helft van het gemiddelde in andere opkomende markten en ruim onder de 3,7% in de ontwikkelde landen. Maar dat gaat veranderen.

‘Mobile telephony has already had an outsized effect in Africa as it connected people who previously had little or no access to telecommunications due to the scarcity of fixed-line infrastructure. If the Internet matches or exceeds that level of impact, the result could be a leap forward in Africa’s economic growth and development.’

Uitgaande van een vergelijkbaar multiplier effect kan het internet tegen 2025 gemakkelijk $300 mrd aan het Afrikaanse bbp toevoegen, aldus het adviesbureau. Leest die studie.

Afbeelding